Voorpagina weergave sectieblog Zestig van Texel Een schitterende mislukking

forum.ultraplatform.nl

Zoeken

Een schitterende mislukking Afdrukken E-mailadres
Geschreven door Bram Bakker   
woensdag 30 november 2011 10:02

_L6E8515

Het novembernummer van Runners World had als special enkele items over het ultralopen. Een van de items ging over de ervaring van Bram Bakker in de Zestig van Texel. Bram Bakker werkt als psychiater en medisch directeur bij SolutionS, de eerste particuliere verslavingskliniek in Nederland.

Hij is ook bekend als schrijver en columnist. In 2009 publiceerde hij zijn eerste boek wat niet over de psychiatrie ging: De Halve van Egmond.

 

Van Runners World en Bram Bakker mochten we zijn verhaal over zijn deelname aan de Zestig van Texel publiceren.

De foto is gemaakt door Erik van Echten

 

Een schitterende mislukking

 

Zevenenveertig ben ik. Mijn kinderen zijn gezond, mijn werk is iedere dag een prettige uitdaging en mijn vrouw vind ik nog even aantrekkelijk als toen ik haar lang geleden leerde kennen. Mijn vrienden zijn leuk en in het hardlopen heb ik een hobby waarin ik me volledig kan uitleven. Voor deze meneer geen midlife crisis dus. Ik hoef geen motor of cabriolet en een jongere vriendin staat ook niet op de verlanglijst.

En toch blijf ik sportieve uitdagingen zoeken. De een na laatste was het rennen van de New York marathon binnen drie uur. Gelukt, maar vraag niet hoe. En ten koste waarvan.

 

Met het ouder worden en een agenda die steeds minder trainingsruimte biedt, moest het maar eens over een andere boeg. ‘Als het niet sneller kan, dan moet het maar verder’, bedacht ik me. En zo ontstond het plan om me in te schrijven voor de Comrades marathon in Zuid-Afrika. Een elfstedentocht op schoenen in plaats van schaatsen. Over zevenentachtig kilometer van Durban naar Pietermaritzburg, in de warmte over een zeer geaccidenteerd parkoers.

  

De inschrijving ging gemakkelijk, maar toen? Lang geleden liep ik een keer verder dan een marathon, een rondje Haarlemmermeerpolder vanuit Badhoevedorp. De wedstrijd bestaat niet eens meer. En vier jaar geleden het kleine zusje van de Comrades: de Two Oceans marathon in Kaapstad, die ‘slechts’ zesenvijftig kilometer is. Maar wat is nu de beste voorbereiding op bijna negentig kilometer?

  

In januari begon ik serieus te trainen. Niet vaak, maar wel lang. Maximaal vier keer per week, vanwege de risico’s op een blessure. Half maart een zogenaamde trainingsmarathon, over het strand van Scheveningen naar Zandvoort. Het strand was zacht, dus als oefenen voelde het uiteindelijk niet bepaald. Op 10 april volgde Rotterdam, waar ik vele malen liep, maar altijd zo hard als ik maar kon. Nu dertig kilometer als haas opgetreden voor een vriend en daarna ‘rustig’ uitgelopen. De eindtijd was matig voor mijn doen, maar wel was ik duidelijk minder kapot na afloop dan bij eerdere deelnames.

 

Nu is het Pasen, en maak ik me op voor de meest serieuze oefenwedstrijd: de Zestig van Texel. Een begrip onder ultralopers is deze tweejaarlijkse wedstrijd op Tweede Paasdag, waar ook nog enkele tientallen zich wagen aan de dubbele afstand, honderdtwintig kilometer. Op Eerste Paasdag verzamelen de meeste lopers zich al in of nabij de jeugdherberg in Den Burg, waar op die avond een soort voorprogramma rond het lopen wordt gepresenteerd. Omdat ik me te laat heb aangemeld dwingt plaatsgebrek me naar De Koog, het Zandvoort van Texel. Met mijn oudste zoon, die als fietsende adjudant zal optreden, heb ik daar nog een hotelkamer weten te vinden. Ook wij arriveren dus een dag voor de wedstrijd.

 

Het is schitterend weer, deze Pasen, en het strand zit vol met zonaanbidders. Dat merk ik als ik een stukje wil loslopen, de middag van aankomst, en me de verbaasde en soms zelfs geïrriteerde blikken van de badgasten moet laten welgevallen. ‘Wat doet die gek hier?’ lijken ze collectief te denken. Andere sporters zijn er ook niet. ’s Avonds eten we in een vol café en hardlopen lijkt verder weg dan ooit.

 

De volgende ochtend vertrek ik bij tijd naar Den Burg, waarvandaan bussen de deelnemers naar de start brengen, bij de veerboot. Wij vertrekken net na half elf, precies zes uur na het vertreksein van de honderdtwintig kilometer. Het is gezellig bij de start. Dat komt doordat het aantal deelnemers gelimiteerd is, maar ook door het type loper dat hier deelneemt. Rustige mannen en vrouwen, wars van blabla.

 

Ik merk dat de meesten elkaar kennen. Dit is een loperswereld op zich, die heel anders is dan die van de grote en snelle halve en hele marathons. De ultralopers zien er wat minder afgetraind uit dan de wedstrijdatleten die kortere afstanden lopen. Een aantal zou zelfs best wat minder mogen wegen, valt me op. De meeste indruk maken de waarschuwingen om toch vooral rustig te beginnen. ‘Dit is iets anders dan een marathon met achttien kilometer extra’ hoor ik een oude rot zeggen. Maar hoe anders dan?

 

De temperatuur en de wedstrijdspanning lopen snel op, het uurtje voor de start. Mijn originele doel, een tijd van ongeveer vijf uur, heb ik al laten varen bij het bestuderen van de uitslagen van de vorige editie.. Binnen zes uur is ook heel prima, lijkt het. En met die Comrades vijf weken later moet er vooral niet geforceerd worden.

 

Bij de start sta ik vlak achter Luc Krotwaar, die vandaag debuteert als ultraloper. Het is merkbaar dat de marathonveteraan en de mensen van de nog langere adem elkaar een beetje moeten leren kennen. Krotwaar lijkt me behoorlijk zenuwachtig, maar hij weet natuurlijk ook niet wat hem te wachten staat. De burgemeester geeft het startschot en het peloton zet zich rustig in beweging. Het is onvergelijkbaar met de hectische start in Rotterdam, nu twee weken geleden. Er wordt heel veel gekletst, de eerste kilometers. De lopers moedigen elkaar aan, of delen kleine plaagstootjes aan elkaar uit. De sfeer is ontspannen, niemand zit een ander in de weg.

 

Het eerste stuk is gemakkelijk, over een mooi vlak asfaltweggetje. We komen een loper van de honderdtwintig kilometer tegen, die bijna zijn eerste ronde heeft voltooid. En we halen er eentje in, die waarschuwt dat er een heel zwaar stuk aankomt. Hij heeft niet teveel gezegd, want na een kilometer of vijf verandert het asfalt binnen enkele tientallen meters in een grote zandvlakte, die alles weg heeft van een oneindige zandbak. Dit is de zuidkant van het eiland. Het zand is zo zacht als het kan zijn, zonder grip, zonder afzetmogelijkheden. Het is enkel ploegen. De kustlijn is ver weg, en we moeten een grote bocht maken, dus het harde zand opzoeken langs het water is onmogelijk. De kilometertijden lopen snel op, naar wel zeven minuten. Het deelnemersveld wordt volledig uiteen geslagen, het lijkt een eindeloze etappe. Iedereen zoekt de ideale route, maar niemand weet die te vinden. Pas na vele kilometers kunnen we over het hardere zand langs het water rennen. Maar het is daar scheef en het ontwijken van de jonge badgasten valt ook niet mee. Mijn GPS-horloge geeft al elf kilometer aan als we het bord met nog vijftig te gaan passeren...

 

We mogen even het strand af en lopen een mooi stuk door het bos en de duinen. Dan weer terug het strand op, in de richting van De Koog. Hier liep ik gisteren ook, en nog steeds zijn er honderden mensen op het strand die naar ons lopers kijken alsof we niet helemaal lekker zijn. Soms moet er letterlijk over een kind heen gesprongen worden, omdat de ouders het besef missen zelf even op hun kroost te letten. Na tweeëntwintig kilometer is het gelukkig klaar met het zand. Terwijl we er vanaf zwoegen voel ik de vermoeidheid in mijn benen al een beetje op komen zetten.

 

We lopen nu over een mooi onverhard pad, bij het natuurgebied de Slufter, naar het noordoosten. De wind is in tegengestelde richting, en het blijft dus zwaar. Ergens bij kilometer zevenentwintig ongeveer verlaten we het natuurgebied en komen we op een fietspad. Het is niet al te breed, en er zijn veel fietsers, dus er moet oplettend worden gelopen. Heel in de verte is af en toe de vuurtoren al zichtbaar, het noordelijkste punt van het eiland. Vanaf daar zal in ieder geval de wind ons beter gezind zijn. Een enkele keer passeer ik nog iemand van de honderdtwintig kilometer. Van looptechniek lijkt weinig sprake meer bij hen, van vastberadenheid des te meer. Het fietspad gaat op en af en slingert zich langzaam naar de vuurtoren, het imaginaire keerpunt. Van groepjes lopers is al lang geen sprake meer, het is ieder voor zich in deze discipline.

 

Om mezelf een beetje af te leiden knoop ik een praatje aan met iemand die me inhaalt. Hij loopt nauwelijks harder dan ik en zo heb ik tenminste even gezelschap. Ook hij heeft Rotterdam gelopen, en verbaast zich hoe anders deze wedstrijd is. We zijn amper over de helft, maar hebben allebei het gevoel dat we al even moe zijn als op de Coolsingel in Rotterdam. Maar toen waren we klaar, en nu moeten we nog vijfentwintig kilometer...

 

We ronden De Cocksdorp en zijn nu aan de oostzijde van het eiland beland. De Waddenzee ligt er prachtig bij, schitterend in de zon. De weg is nu mooi vlak en geasfalteerd, en loopt eindeloos rechtdoor. De wind zit nu grotendeels mee, maar dat maakt het ook direct een stuk warmer voor het gevoel. We lopen een heel stuk aan de buitenkant van de dijk, pal langs het water, en dan weer aan de binnenkant, met een prachtig uitzicht over de polder. In de verte doemt een molen op, en als je goed kijkt kun je Oosterend ook al zien liggen. Maar dat is nog heel ver weg.

 

Mijn benen voelen dood en leeg als ik het marathonpunt passeer, na bijna vier uur. Vreselijk langzaam ben ik, volgens mijn marathonreferenties, maar niet minder vermoeid. Hoe ga ik die resterende achttien kilometer volmaken? Wil ik dat eigenlijk wel? Het was toch een training?

 

We naderen het derde wisselpunt, want een estafette is er ook nog. En ik zie bussen staan. Ik check bij een vrijwilliger of die inderdaad terug naar Den Burg rijden. Als hij dat bevestigt besluit ik tot een acute opgave. Dit is geen trainen meer, dit is heel diep gaan. En dat is nog even niet mijn bedoeling, dat komt eind mei in Afrika wel.

 

Een half uurtje later ben ik bij de finish. Ook hier is een geweldige, ontspannen sfeer. De lopers druppelen binnen, zonder uitzondering zeer vermoeid, maar wel heel voldaan. Ze worden enthousiast ontvangen. Ik zie na een tijdje de eerste bekende gezichten verschijnen, mannen en vrouwen die mijn pad eerder op de dag zijn gekruist. Hoewel mijn besluit verstandig was doet het toch een beetje pijn om niet ook de eindstreep gehaald te hebben. Deze wedstrijd is duidelijk niet geschikt als training, die hoor je te kiezen als hoofddoel. Over twee jaar kom ik terug, en dan voltooi ik het hele rondje, binnen zes uur. Je moet jezelf uitdagingen blijven stellen tenslotte, op mijn leeftijd.

 

Met dank aan Runners World en Bram Bakker voor het mogen publiceren van dit artikel.