| Wat is vermoeidheid? Twee modellen verklaard |
|
|
| Geschreven door Mark de Boer |
| woensdag 09 maart 2011 20:52 |
|
Tijdens het trainingsweekend op Texel voor de Zestig heeft bewegingsweterschapster Miriam van Reijen een prestentatie gegeven over vermoeidheid. Over dit thema heeft zij zes artikelen geschreven voor de website ProRun. Deze serie lijkt ons ook erg interessant voor ultralopers en met dank aan ProRun mogen wij deze serie ook op Ultraplatform publiceren.
Vermoeidheidsdossier deel 1: Wat is vermoeidheid; Twee modellen verklaard
Door Miriam van Reijen
Er is veel onderzoek gedaan naar vermoeidheid. De reden hiervoor is simpel: Als we er achter zouden komen waarom iemand niet harder kan lopen (of fietsen of zwemmen) kunnen we ons richten op dat aspect van de beweging. Maar wat de onderzoeken vooral duidelijk hebben gemaakt is dat vermoeidheid een complex fenomeen is waarbij allerlei verschillende processen in het lichaam een rol kunnen spelen. Zo zijn zowel de energievoorziening, de lichaamstemperatuur, de zuurstofvoorziening als de aansturing van de spieren bepalend voor vermoeidheid. Maar daarmee zijn we er nog niet. Want hoewel een sprinter en een marathonloper door vermoeidheid beiden niet harder kunnen lopen tijdens hun wedstrijd lijken hier toch verschillende oorzaken voor.
Twee theorieën Men gaat ervan uit dat vermoeidheid zowel perifeer als centraal kan plaatsvinden. Perifere vermoeidheid is uitputting van de periferie: de spieren. Als gevolg van een (maximale) inspanning neemt de kracht die de spieren kunnen leveren af. Bij centrale vermoeidheid bevindt de beperking zich in de aansturing van de spieren. Ergens in de weg van hersenen via ruggenmerg naar spier treedt er kortsluiting op waardoor de spieren minder of niet meer worden geactiveerd.
Proefpersonen onder stroom: Centrale of perifere vermoeidheid gemeten Om te bepalen of er sprake is van (voornamelijk) centrale of perifere vermoeidheid wordt er gebruik gemaakt van elektrostimulatie. Kleine stroomstrootjes die de aansturing vanuit de hersenen nabootsen. Een proefpersoon wordt gevraagd een bepaalde spier maximaal aan te spannen (bijvoorbeeld door een vuist te maken). De kracht die dan geleverd wordt is de maximale vrijwillige kracht. Vervolgens wordt er tijdens deze aanspanning een stroomstootje gegeven die ervoor zou kunnen zorgen dat de spier (vuist) nog meer kracht levert. Bij centrale vermoeidheid zal de kracht die geleverd wordt toenemen. De proefpersoon was niet in staat de spier zelf volledig te activeren. Als het stroomstootje toegevoegd wordt blijkt dat de spier eigenlijk nog meer kracht kon leveren. Neemt de kracht na het stroomstootje niet toe dan is er sprake van perifere vermoeidheid. Ook bij meer aansturing (het stroomstootje) kan de spier niet meer kracht leveren; de beperking zit vooral in de spier zelf.
Vermoeidheid van een sprinter; voornamelijk perifeer Flink verzuurd na een maximale sprint of volledig buiten adem na een middellange afstand? De vermoeidheid op korte afstanden lijkt vooral perifeer te zijn. Afvalstoffen zoals waterstofionen en fosfaat of het lekken van calcium in de spiercel zorgen ervoor dat de spier niet meer goed functioneert. Bij alles langer dan 100m kan ook het gebrek aan zuurstof ervoor zorgen dat er vermoeidheid optreedt.
Vermoeidheid van een marathonloper: voornamelijk centraal Een (ultra)marathonloper loopt tijdens de race niet op maximale snelheid. Afgezien van tussentijdse versnellingen zal er voornamelijk aeroob energie worden geleverd. Toch kan het zijn dat het tempo ergens in de wedstrijd moet worden bijgesteld door vermoeidheid. Dit kan te maken hebben met een gebrek aan energie (afname van glycogeen in de spieren) of met centrale vermoeidheid door een afname van de aansturing van de spieren. Onderzoek bij ultralopers laat zien dat er na 3 uur sprake is van een afname van de aansturing van 8%. Na 8.5 uur hardlopen is dit 28%. Wel wordt er verondersteld dat er een plateau is waarna geen verdere afname plaatsvindt. Dit is vooral een beschermingsmechanisme van het lichaam.
Het lijkt er dus op dat hoe langer de afstand, hoe groter centrale vermoeidheid een rol speelt. Bij korte, maximale inspanning is het juist de perifere vermoeidheid die zorgt voor de beperking.
Over Miriam van Reijen:
Miriam van Reijen gaf zaterdag 26 februari tijdens het trainingsweekend op Texel een interessante presentatie over vermoeidheid. Ze werkt aan de Universiteit van Utrecht aan de synergie tussen sportvasten en training bij mannen met overgewicht. Daarnaast heeft zij onderzoek gedaan naar het verschil in loopeconomie tussen lange-afstandlopers en sprinters aan de VU te Amsterdam. Maar we kennen haar ook als schrijfster van interessante artikelen voor ProRun én natuurlijk als de nummer twee van het NK marathon 2009, tevens haar marathondebuut. Afgelopen jaar stond ze met brons wederom op het podium in een tijd van 2.41.24.
Volgende week deel 2 van het vermoeidheidsdossier: Vermoeidheid op verschillende afstanden.
Met dank aan www.ProRun.nl
|





