| Kijkje in de keuken bij JKM-deelnemers |
|
|
| Geschreven door Ann Lens e.a. |
| zondag 14 december 2008 22:29 |
|
Algemeen Het aantal jaren dat de deelnemers aan ultralopen doet, varieert van 3 tot 17 jaar. Ruim driekwart van de deelnemers geeft aan geen gebruik te maken van begeleiding of schema’s van een trainer. Bijna iedereen traint op gevoel en/of zoekt informatie via internet. Naast het lopen beoefenen de meeste deelnemers nog een andere sport. Meestal is dit fietsen, soms fitness, zwemmen of schaatsen. Vrijwel alle lopers tellen deze trainingen bij hun totale weektraining. Trainingen in de laatste 12 weken voor JKM Het merendeel van de deelnemers traint in de laatste twaalf weken voor de JKM 120km tot 160 km per week. Het aantal trainingen varieert sterk per deelnemer, van 4 tot 12 keer per week. Gemiddeld worden er 1 of 2 rustdagen per week genomen. Vrijwel alle deelnemers hebben lange duurlopen van 40 kilometer of meer gedaan. Voor sommigen blijft dit beperkt tot 3 keer, voor anderen wel 10 keer, waarbij de meesten de afstanden uitbreiden tot 8 uur lopen en/of afstanden van 60 of 70 kilometer.Vrijwel alle deelnemers zien het belang van loopscholing in de voorbereiding, maar vrijwel niemand doet dit. De helft van de deelnemers doet wel iets aan krachttraining, meestal 1x per week. Ook doen veel deelnemers in de voorbereiding soms snelheidswerk, echter de definitie van snelheidswerk blijkt verbazingwekkend. Dat ene loper noemt 100’tjes op de baan snelheidswerk, terwijl de ander het lopen van een snelle marathon tot snelheidswerk rekent. Sommige lopers trainen tot de laatste dag voor de JKM door, anderen houden de laatste training een week voorafgaand aan de wedstrijd. In algemene zin valt het op dat vrijwel iedereen aangeeft over onvoldoende informatie over ultratraining te beschikken én tegelijkertijd aangeeft wel behoefte te hebben aan hulp bij trainingsvormen, trainingsplannen en ultraschema’s. Blessures De helft van de deelnemers aan de JKM heeft in de voorbereiding op de JKM last van blessures gehad. Het ging hierbij om achillespees-, kuit- en heupblessures. De lopers die dit overkwam, denken dat het door te snel of door te vaak te trainen is gekomen. Voor velen is dit vervelend, omdat ze aangeven de looptraining nogal eens te hebben stopgezet. De meeste van hem geven aan dat ze nog wel konden wel fietsen i.p.v. lopen en zo ‘schade‘ konden beperken. Een paar deelnemers hebben medische hulp gezocht.
Voeding voorafgaand aan de wedstrijd Vrijwel alle deelnemers geven aan dat het ultralopen invloed heeft op hun voedingspatroon. Ze proberen gezonder te eten en eten vooral meer. Het valt op dat relatief veel lopers aangeven sojaproducten en peulvruchten te eten. De helft van de deelnemers gebruikt naast het normale eten ook voedings-supplementen of vitaminepreparaten (vaak genoemd: glucosamine, multivitamine en veelal alleen in zwaardere trainingsweken). Vrijwel iedereen houdt in de dagen voor een ultraloop als de JKM speciaal rekening met hun voedingspatroon. De meeste deelnemers noemen toch een soort koolhydraatstapeling. Evenals op het gebied van training geeft ook op voedingsgebied meer dan de helft van de deelnemers aan onvoldoende kennis te hebben. De informatiebehoefte varieert van de voedingsbehoefte; zowel voor, als tijdens de wedstrijd. Eten en drinken tijdens de JKM De meeste deelnemers gaan in de wedstrijd van start met een planning voor het eten en drinken tijdens de JKM. De deelnemers die zover komen, geven aan tot ruim 100 kilometer vast voedsel te hebben genomen. De meeste genoemde etenswaren zijn bananen en mueslirepen. De helft van de deelnemers heeft vloeibaar voedsel ingenomen. Hierbij wordt go gel power gel het meest genoemd. De frequentie van het drinken blijkt gevarieerd van elk kwartier tot drinken “als het dorstgevoel komt”. Er wordt gebruik gemaakt van zowel de verzorgingsposten als van eigen verzorging. Favoriet dranken zijn bouillon, isostar, cola, water en peptiplus. Het valt op dat veel deelnemers allemaal verschillende drankjes door elkaar drinken. Alle deelnemers (op 1 na) hebben zelf drinken bij zich in de vorm van camelbak, drinkbelt, handflesjes of heupgordel. De meeste lopers drinken op het eind meer energiedranken omdat vast voedsel opnemen niet meer goed lukt. Over de gehele wedstrijd varieert de vochtinname van 5 tot 7 liter. De meeste deelnemers kunnen binnen het uur na finish of uitstappen weer urineren. De kleur van de urine was licht tot donker geel. Tweederde van de finishers is tevreden over de manier waarop het eten en drinken tijdens de JKM is gegaan. De finishers van de JKM geven aan tijdens de wedstrijd 1,5 tot 2,5 kg aan gewicht te hebben verloren. Enkele deelnemers hebben tijdens de JKM last gehad van maagklachten, misselijkheid, buikkrampen of diarree. Ze hebben geprobeerd dit op te lossen door langzamer te lopen of bepaalde producten als eten of cola weg te laten. Mentaal Het grootste deel van de deelnemers heeft zowel fysiek als mentaal echte inzinkingen gehad. De tijdsduur van die inzinkingen zijn variabel. Sommigen geven aan na een uur de inzinking te boven zijn gekomen. Anderen zijn genoodzaakt uit te stappen. Meestal wordt de inzinking opgevangen door met anderen samen te gaan lopen. Herstel De inkleuring van het herstel na de JKM de weken erna is voor de deelnemers variabel. De helft doet het passief, de helft actief. Het actieve herstel bestaat bijna altijd uit fietsen en/of wandelen. |





Aan de vooravond van de JKM 2008 hebben Ann Lens en Dik Jagersma een enquête opgezet en verspreid onder de deelnemers van de JKM. Het is een inventariserend onderzoek om een beeld te krijgen van voorbereiding, wedstrijd en herstel rond een lange ultra-wedstrijd. Ruim de helft van de deelnemers aan de Jan Knippenberg Memorial heeft meegedaan aan dit onderzoek. Hiervoor willen we hen hartelijk bedanken. Hieronder een samenvatting van de resultaten.